Voorbeelden van het gebruik van Mando in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mando. Broer.- Zus.
Mando. Broer.- Zus.
Broer.- Zus. Mando.
Mando.- Zus. Broer!
Mando staat hier, jij loopt naar Mando. .
Broer.- Zus. Mando.
Een toast op Mando Ramos.
Mando.- Zus. Broer!
Wat vind jij, Mando?
Waar zijn ze? Hé, Mando.
Mando. Broer.- Zus!
Mando.- Zus. Broer.
Mando. Broer.- Zus.
Mando.- Zus. Broer.
Mando heeft een hekel aan droïden.
Mando, ik heb je bericht ontvangen.
Is dat waar, Mando?
Weg met die blaster, Mando.
Hou je van gokken, Mando?
Jij hebt het gilde verraden, Mando.