Voorbeelden van het gebruik van Mazel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De mazelen is een ziekte, Herr Mueller.
Stel dat een van ons ineens de mazelen krijgt?
Ik hoop niet dat ie de mazelen heeft.
We zouden gaan jagen en toen kreeg ik de mazelen.
Ik heb geen mazelen.
Ik ben van Amerika maar mijn mazelen zijn Duits.
Mijn hemel. Heb mazels.
Eigenlijk weet ik niet zeker of het de mazelen zijn.
Hij had een keer de mazelen.
Lk heb de mazelen gehad.
Lk krijg de mazelen niet.
Lk heb geen mazelen.
Hij ligt in bed met mazelen.
Wie wist wat mazelen waren?
Mijn favoriet. Heeft deze ook de mazelen?
Ik heb de mazelen.
Geen toxoplasmose, geen mazelen.
Ik behandelde ook mazelen.
Hij zag eruit of ie de mazelen had.
Ik heb ergere mazelen gezien.