Voorbeelden van het gebruik van Mietje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat mietje heeft mijn neus gebroken.
Hee mietje, ik praat tegen je!
En hij noemde zijn vader een mietje.
of niet?- Mietje.
Hij noemde me een mietje toen ik huilde.
Als een mietje.
Eind 1946 krijgt Mietje eindelijk een brief van het Rode Kruis.
Ik zou een mietje zijn als ik dat niet zou doen.
Hij is een mietje, he?
Ik ben geen mietje.
Wat een mietje.
Wees niet zo'n mietje.
Ik sla je verrot, mietje.
Ik weet tenminste dat hij een mietje is.
Daarin voel ik me net 'n mietje.
Dat mietje daar naait me.
Geen mietje meer.
Haar huisgenote, weduwe Mietje de Lange-Mendels stierf op dezelfde dag en plaats.
Hij is een mietje.
Ga maar, mietje.