Voorbeelden van het gebruik van Negerin in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat? Ik haat die negerin.
Zij is geen negerin.
Voor een negerin.
Wat? Is je moeder een negerin?
Papa? Goede hemel, het is een negerin.
Schandalig. Allemachtig, een negerin.
Misschien kan je je negerin het laten opruimen.
Is zij negerin?
Allemachtig, een negerin.
Misschien kan je je negerin het laten opruimen.
hier hebben we de negerin.
N Plantage-eigenaar die met een negerin trouwt?
Ze was een negerin.
Is je moeder negerin?
Ze was voor 'n kwart negerin.
Wat doet die negerin hier?
Zou die negerin er nog zijn? Die gaf me altijd sigaretten.
Hoe noem je een negerin die net haar man verloren heeft?
Neger verlaat negerin… en jij zit met de problemen van het kind.
Hoe noem je een negerin wier man net is overleden?