Voorbeelden van het gebruik van Niet trainen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Daarop kun je niet trainen.
Dat kun je niet trainen.
Jij kunt niet trainen.
Ik kan hem niet trainen.
Hij kan niet trainen op deze herrie.
Als twee basisspelers niet trainen, wat moeten we dan?
Dan een persoon die niet trainen.
Een beetje bewegen, niet trainen voor de Olympische Spelen.
Ze wilde niet trainen en de eetlust was ook ver te zoeken.
Je kunt niet trainen met dat been.
Niet trainen met m'n melk, oké?
Als we niet trainen, maken we geen kans.
Moet je niet trainen, Peter?
Je kan helemaal niet trainen.
Hij wil me niet trainen.
Je kunt ons niet trainen.
Degenen die niet trainen, kunnen ook al hun organen van het bewegingsapparaat aanzienlijk beschadigen,
En ook, het supplement kan eveneens worden aangepakt dagen dat je niet trainen.
Ik ga je niet trainen zodat je kan knokken in dat circus?