Voorbeelden van het gebruik van Opdrinken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
en geniet van het opdrinken.
Heren, op uw gezondheid. Opdrinken, Theo.
Laten we het biertje opdrinken.
Ga dat ergens anders opdrinken.
Ik ga niet de ingewanden van een heks opdrinken.
Nick, je moet dit opdrinken.
Ik zal m'n biertje opdrinken.
Jouw bellini's opdrinken.
Wat is het? Opdrinken.
Ik zal juist mijn koffie opdrinken.
En ik dacht dat je enige talent was het opdrinken van mijn whisky.
Naar huis. Je moet dit eerst opdrinken.
Laten we de wijn opdrinken.
We wisten niet dat een fles opdrinken kwaad kon.
Naar huis. Je moet dit eerst opdrinken.
Ik mocht mijn sherry opdrinken.
Hij was m'n winst aan 't opdrinken.
Ik ben bang, dat ik mijn sherry toch niet zal opdrinken.
En haar martini's opdrinken.
En dat ga jij opdrinken.