Voorbeelden van het gebruik van Paartijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Na de paartijd in juli-augustus sterven alle mannetjes.
De paartijd kan in de winter doorgaan.
Hun paartijd is in de herfst.
De paartijd is in het voorjaar en de zomer.
Het is hun paartijd.
De paartijd van de diadeemsifaka ligt tussen januari en maart.
Heeft u het lieveheersbeestje wel eens in de paartijd gezien?
Vaak valt hun paartijd samen met de volle maan.
Ik wist niet dat het hun paartijd was.
Ik weet niet of 't paartijd is.
Alle mannetjes sterven na de paartijd.
Mannetjes zijn agressief tegenover elkaar in de paartijd.
Het dansen heeft geen directe verbinding met de paartijd.
In april tot juni is de paartijd.
Je stinkt als een geit in paartijd.
Weet je, ik heb het uit betrouwbare bron dat de paartijd in de herfst is.
In de paartijd is hij een week bezig om een prieeltje te maken… in de bossen van Papoea-Nieuw-Guinea.
Ik verlaat het bos liever niet omdat het nu paartijd is.
De paartijd is niet aan een bepaalde periode verbonden en kan dan ook gedurende het jaar plaatsvinden.
Boto's zijn zeer sociaal en in de paartijd wordt er flink gestreden om een partner.