Voorbeelden van het gebruik van Paltsgraaf in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
de burcht aan haar neef, Paltsgraaf Heinrich I, schonk.
De naaste adviseurs van Béla IV- hertogin Anna en de voormalige paltsgraaf van Béla IV, Hendrik Kőszegi- vluchtten weg uit Hongarije
erfelijke paltsgraaf van het Heilige Roomse Rijk, pauselijk erfelijke paltsgraaf van het Lateraans Paleis
Giovanni II Orsini), was paltsgraaf van Kephalonia van 1323 tot 1324 en Despoot van Epirus van 1323 to 1335.
Vanaf 1280 was Frederik paltsgraaf van Saksen.
Paltsgraaf van Metz, en Swanhilde ca.
De doge, de regent en de paltsgraaf?
Ladislaus zou zich zelfs verzoenen met Ivan Kőszegi en hem voor 6 juli aanduiden als paltsgraaf.
Op 3 september 1653 huwde zij te Langenschwalbach met paltsgraaf Filips Willem van Palts-Neuburg, die later keurvorst van de Palts werd.
Christiaan II van Birkenfeld-Bischweiler(Bischwiller, 22 juni 1637- Birkenfeld, 26 april 1717) was van 1654 tot 1717 paltsgraaf van Birkenfeld-Bischweiler.
Herman gaf Allemannië aan Otto II van Zwaben, paltsgraaf van de Rijn en in 1048 werd Otto II graaf van rijksstad Schweinfurt.
Na de dood van Herman van Stahleck beleende keizer Frederik I Barbarossa in 1156 zijn stiefbroer Koenraad de Staufer als erfelijk paltsgraaf.
Richarda van Wittelsbach(Kelheim, 1173- Roermond, 7 december 1231) was een dochter van paltsgraaf Otto I van Beieren
28 april 1227) was van 1195 tot 1213 paltsgraaf aan de Rijn.
was van 1329 tot aan zijn dood paltsgraaf aan de Rijn.
De zeven keurvorsten werden de paltsgraaf aan de Rijn, de hertog van Saksen, de koning van Bohemen,
waar het optreden van de kinderen duidelijk veel indruk maakte op Keurvorst en Paltsgraaf Karl Theodor
was van 1217 tot 1227 landgraaf van Thüringen en paltsgraaf van Saksen.
Ten gevolge van het huwelijk van paltsgraaf Hugo I van Tübingen met Elizabeth van Bregenz kwamen Bregenz,
Eduard Paltsgraaf van Simmern(Den Haag 5 oktober 1625- Parijs 13 maart 1663) was de zesde zoon