Voorbeelden van het gebruik van Parkeer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik parkeer hem altijd op een waardeloze stuk land, aan de westzijde.
Parkeer de auto en kom naar kamer 1409.
Ik zie je beneden. Parkeer de auto voor.
Ik parkeer hem niet graag op straat.
Parkeer het. Heeft u hem gezien?
Ik zie je beneden. Parkeer de auto voor.
En ik parkeer daar omdat je daar altijd kunt parkeren.
Parkeer het. Heeft u hem gezien?
Ik parkeer hem altijd op een waardeloze stuk land.
Parkeer ze waar ze horen, zei ik!
Parkeer in de steeg.
Parkeer deze in de schuur, hier. Ja.- Oh.
Parkeer de drugs bij een motel in Stavely.
Parkeer deze in de schuur, hier. Ja.- Oh.
Parkeer deze in de schuur, hier. Ja.
Parkeer deze in de schuur, hier. Ja.- Oh.
Zeg, snoes, parkeer je lippen in deze garage.
Parkeer hier, parkeer hier niet!
Ja, parkeer er maar voor.
Meneer, parkeer deze roestbak bij de stallen.