Voorbeelden van het gebruik van Pastor jeff in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat is er met pastor Jeff?
Pastor Jeff en Robin komen hiernaast wonen.
Pastor Jeff en Robin komen hiernaast wonen.
Pastor Jeff, wilt u even tekenen?
Ik schrok ook, maar pastor Jeff zei.
Pastor Jeff. Verwacht je regen, Sheldon?
Niet te geloven, klikken tegen Pastor Jeff.
Pastor Jeff. Verwacht je regen, Sheldon?
Wie doet er nu zoiets, pastor Jeff?
Ik heb pastor Jeff te eten gevraagd. Dag.
Bedankt, Billy.-Geen dank, pastor Jeff.
Wie doet er nu zoiets, pastor Jeff?
Bedankt, Billy.-Geen dank, pastor Jeff.
Blijf hier, ik moet met pastor Jeff praten.
Blijf hier, ik moet met pastor Jeff praten.
Het is pastor Jeff. Wat moet ik doen?
Pastor Jeff wil van bil en ik moet lijden?
Pastor Jeff wil van bil
Ik moet voorkomen dat pastor Jeff toegeeft aan de verleiding.
Pastor Jeff is ziek, dus ik kom uw eten brengen.
