Voorbeelden van het gebruik van Prikje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nu voelt u een prikje.
Je zult een prikje voelen.
Zie je, het is maar een prikje, zoals ik zei.
Je zult alleen een prikje voelen.
Je gaat een prikje voelen.
Ik wil echt geen prikje.
Het is maar een prikje.
Het kleinste prikje in hun ego en boem.
Je zult een prikje voelen.
Bij kleine kinderen is dat een prikje in de hiel.
Je gaat een prikje voelen.
Maak je geen zorgen. Je voelt alleen een prikje.
Je voelt nog een prikje.
Ik ga je 'n prikje geven.
Zal ik hem een prikje geven?
Het is maar een prikje.
En je voelt een prikje, wanneer de naald binnendringt.
Er komt een prikje.
U voelt een prikje.
Tijd voor een prikje?