Voorbeelden van het gebruik van Pruilen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb je in 20 jaar nooit zo zien pruilen.
Ga niet zo zitten pruilen.
Herman? Hij is aan het pruilen.
Mannen wenen niet, en pruilen niet.
Wat niet natuurlijk is, is jij daar aan het pruilen.
Wat niet natuurlijk is, is jij daar aan het pruilen.
Ik zei pruilen, niet persen.
Ben je aan het pruilen?- Nee?
Zwenken, pruilen, jiggy.
ging ze pruilen.
Pruilen, als een kleine trut.
Je gaat niet pruilen, of wel?
Nee. Ben je aan het pruilen?
Het is duidelijk dat ik sommigen zie die pruilen, er is eenvoudiger.
Waar is Machiko? Buiten aan het pruilen.
De mensen hier doen niks anders als piekeren, pruilen en trouwen.
Nee. Ben je aan het pruilen?
Ik zit ze niet aan te staren- en soldaten pruilen niet.
Wat doen?- Gekwetst zijn en pruilen.
Wilt u alstublieft pruilen?