Voorbeelden van het gebruik van Reisje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik hoop dat je van het reisje geniet, lieverd.
Mijn transitbrief? Ik kan een reisje gebruiken.
Ik weet van het reisje naar Belize.
Papa. Ze zei dat ze op een reisje ging.
Het is niet maar een reisje.
Tante Frances won een reisje naar Reno.
Hé, dit reisje omvat pizza.
Dit is een reisje vol verrassingen.
Het is net zoals met ons reisje.
Tante Frances won een reisje naar Reno.
Ik wil een reisje naar Disney World.
Ray plant een reisje naar Meyer eiland.
Mijn schuld reisje werd verlengd.
N Reisje zou je goed doen.
Tijdens een reisje met vrienden word je op gewelddadige wijze ontvoerd.
Wandelen door Gent is een reisje door de tijd.
Liever geef ik mijn geld uit aan een reisje.
Een reisje met Oscar.
Een reisje naar TRAPPIST-1 en haar zeven planeten.
Alleen maar een reisje naar het bureau.