Voorbeelden van het gebruik van Romanschrijvers in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zag mezelf altijd als romanschrijver maar had nooit de tijd.
De populaire romanschrijver Rick Rogers is vermoord.
Romanschrijver Theodore Weisel verdrinkt bij bootongeluk.
Romanschrijver en cultureel analist C.
Maar mevrouw, de romanschrijver wil toch altijd de wereld reconstrueren?
Een romanschrijver en humanitair.
Hij wist gewoon niet dat hij romanschrijver was.
April, je vader was een romanschrijver.
Hij is romanschrijver.
Jared was een romanschrijver.
Hij wordt hierdoor beschouwd als de eerste moderne Ierse romanschrijver.
Hij was een groot bewonderaar van de Ierse romanschrijver James Joyce.
In 2015 debuteerde hij als romanschrijver.
Frans dichter, romanschrijver en criticus.
Eigenlijk ben ik een romanschrijver.
Je bent een romanschrijver.
Dus ik word een romanschrijver.
Ja, ik ben een goed betaalde romanschrijver.
Hij is romanschrijver.
U heeft een verkoper nodig, geen romanschrijver.