Voorbeelden van het gebruik van Ruilden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En ze ruilden het met Carcer voor Slab.
In de goede oude tijd ruilden we koffie en verscheepten we aardappelen.
Ze ruilden nooit seks voor geld? Nee meneer?
We ruilden van plek.
Bij het diner, ruilden wij adreskaartjes en hadden een prettig gesprek.
We ruilden.
Wat? Toen we arm waren… ruilden we dingen van thuis voor rijst?
Wat? Toen we arm waren… ruilden we dingen van thuis voor rijst.
Ik en Ann ruilden van dienst. Ik liep naar buiten.
Wat zij ruilden was gemeenschappelijk eigendom.
Hoe laten deze zegels ons weten wat ze ruilden?
In dwaling ruilden we plaatsen.
Ik en Ann ruilden van dienst.
Mannen doen dat geregeld. We ruilden.
Mannen doen dat geregeld. We ruilden.
Ja, alsjeblieft. We ruilden voor druiven.
Ja, alsjeblieft. We ruilden voor druiven.
Die ruilden we dan bij de boeren voor ander spul.
Boeren die op de pof hadden gekocht konden niet betalen of ruilden.
Ze zagen dat we ruilden.