Voorbeelden van het gebruik van Schaakt in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wist je wel dat hij schaakt?
Hij schaakt met een varken.
Je schaakt niet met al je stukken.
Jij speelt schaakt terwijl iedereen damt.
Hoe goed schaakt je vader?
Jij speelt schaakt terwijl iedereen damt.
Niemand schaakt de dochter van de burgemeester!
Als je schaakt, kun je ook niet van de stukken houden.
Hij schaakt. Zie je?
U schaakt al veel beter, Dokter.
Hij schaakt nota bene.
Deze regels gelden niet als je thuis of online schaakt.
Waarom wilt u dat hij schaakt?
Zeus in de verschijning van 'n stier schaakt prinses Europa.
Ik zou graag willen dat we het spel dat jij schaakt opnieuw spelen.
Hij schaakt.
Zie je? Hij schaakt.
Mij is verteld dat je met onze conciërge schaakt. Elizabeth.
Kapitein, dat beest schaakt.
Dat je slecht schaakt?