Voorbeelden van het gebruik van Sho in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ontbijt! Sho, word wakker!
Sho wilde dat ik ze voor je wilde insturen. wat?
Sho, zus heeft pannenkoeken voor je gemaakt.
Sho wilde dat ik ze voor je wilde insturen. wat?
Maria, Sho is weer tot leven gebracht.
Sho, word wakker! Ontbijt!
Sho! Ik heb honger!
Sho wilde dat ik ze voor je wilde insturen. wat?
Maria, Sho is weer tot leven gebracht.
Sho! er is hier iemand!
Waar is Sho? Het komt goed met hem?
Pavel heeft Sho al bereikt.
Sho wil bewijs dat de man dood is.
heet weekend op de river sho….
in deze kleine ruimte sho.
Zij wordt ook sho genoemd.
Waarom heb je geprobeerd om zelfmoord te plegen? tussen haakjes, Sho.
Ik heb honger! Sho!
Hoi, welkom terug, Sho.
Het spijt me. ik heb heel lang aan Sho gedacht.