Voorbeelden van het gebruik van Sigaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jezelf een sigaar uit eigen doos aanbieden dus.
We zijn de sigaar.
Ik had een sigaar in m'n kontzak.
De zaak vat ook een lange sigaar.
ben ik de sigaar.
Ik ben nu aan de sigaar.
Dat John weer helemaal de sigaar is.
Jij. En jij, met die sigaar.
We praten erover bij een sigaar.
Zo niet, dan zijn we de sigaar.
Het is mijn sigaar.
Dus nu heb ik besloten: eerst een sigaar.
Ik ben de sigaar.
Nee, Sam. Ik rook een sigaar.
Meer mannen zweren de sigaret en sigaar af.
Dan ben ik de sigaar.
Cuba. De beste sigaar ter wereld.
Havana sigaar.
En dan ben ik de sigaar.
Dat was mijn laatste sigaar.