Voorbeelden van het gebruik van Sjaak in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
zou ik de sjaak zijn.
Waarom? Deze Sjaak, dat is geen held.
Sjaak woont veel in Spanje.
Dan is Lena de sjaak.
Sjaak had de politie moeten bellen.
Sjaak heeft alles in dozen gedaan.
Ja, jij bent de sjaak.
Waarom? Deze Sjaak, dat is geen held?
Prijs/kwaliteit 10 Sjaak Dieleman, met het gezin.
Ja, jij bent de sjaak.
Wij zijn Petra en Sjaak v.d.
De rest van de reis zagen ze Sjaak niet meer.
Maar jij weigerde en ik ben de sjaak.
Wij raden een verblijf bij Sjaak en Tjalienna.
dat was Sjaak.
zijn we de sjaak.
Nee, Sjaak.
mijn ouders noemen me Sjaak.
Jij bent zo de sjaak.
Haar nieuwe vrienden zijn Feyka, Sjaak en Frits.