Voorbeelden van het gebruik van Soph in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Welterusten Soph.
Goeimorgen, Soph.
Begrepen, Soph.
En Soph?
Voor Soph?
Soph is tweeënhalf.
Sommigen wel, Soph.
Soph is overstuur.
Bedankt, Soph!
Waar is Soph?
Sommige wel, Soph.
Waar is Soph?
Welkom thuis, Soph.
Een brief van Soph.
Jij ook, Soph.
Soph, zeg gedag.
Soph, het spijt me.
Soph heeft zaterdag iets.
Daar ben je. Soph.
Alles goed met Soph?