Voorbeelden van het gebruik van Taxi in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De taxi staat voor.
Een taxi van de politie?
Ik ben geen taxi, Lotti. Roze?
Ik kan een taxi of een ambulance bellen.
Het bureau heeft ook een telefoonlijn speciaal voor taxi bellen.
Taxi voor Delyth.
Laat me een taxi bellen voor je.
De taxi is een populair vervoersmiddel in Bodrum.
Is dat niet hetzelfde als die van de taxi?
Het is altijd jouw taxi.
De taxi werkt nog. Godzijdank.
restaurants en taxi 's.
En geen taxi stopte.
Je was de passagier in zijn taxi.
Alsjeblieft, Mindy. Stap in de taxi.
De taxi werkt nog. Godzijdank.
U bevindt zich hier: Taxi en transfer.
Charlie, de taxi.
Magdalen Taxi.
Talia, alsjeblieft stap in de taxi.