Voorbeelden van het gebruik van Thomsen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Waar zit Thomsen?
Thomsen komt uit Hirtshals.
Waar zit Thomsen?
Waar is Thomsen?
Waar is Thomsen?
Een tafel voor Thomsen?
Driewerf hoera. kapitein Thomsen.
Thomsen haalt het wel op.
Thomsen heeft een boot!
Ik heb mijn partner Thomsen gebeld.
Hij wilde weten waar Thomsen zat.
Nog nieuws over Thomsen?
Ik moet Thomsen zien ie vinden.
Thomsen heeft het misschien verteld.
Hoe is Lisbeth Thomsen doodgegaan?
Dat is Thomsen.
Het procureursrapport en een dossier over Thomsen.
Lisbeth Thomsen woont aan de andere kant.
Raben is voortvluchtig, Lisbeth Thomsen wordt gezocht.
Sanne Thomsen. Ik moet een patient spreken.