Voorbeelden van het gebruik van Twee maal in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wanneer was de tweede keer? Twee maal.
Twee maal tien is twintig. Wat?- Twintig.
Ze kunnen ons niet twee maal ophangen.
Hij was twee maal president vóór Wallace.
Je hebt…- Twee maal gescheiden.
Twee maal acht?- Acht?
Dat hoef je me niet twee maal te vragen.
Mathôt& Mathôt: twee maal dezelfde naam.
Nee, ik belde je twee maal.
Neem 100 mg tabletten twee maal daags.
Je kunt een man niet twee maal doden.
Twee maal+ en twee maal x.
Ik heb het twee maal gecontroleerd.
Patiënten kregen of een placebo of twee maal daags 300 mg PEA.
Oakes wou me twee maal vermoorden.
Nu heb ik twee maal drie.
Vaatklem twee maal.
Twee maal.
Twee maal tonijnsalade?
Gesneuvelden, twee maal zoveel gewonden. We hebben.