Voorbeelden van het gebruik van Uitslapen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Laat ze uitslapen.
Enkele nachtdienst op regel 1 met uitslapen op zaterdag.
Van rust en contemplatie waar ik eindelijk eens kon uitslapen.
Zeg ze dat we op zondag uitslapen.
Ik had hem afgezet, zodat je eens kon uitslapen.
Ze heeft een verontrustend verleden en haar alibi is uitslapen.
Laat ze het maar uitslapen.
Ik hou ook van lang uitslapen.
Maar elke zondag liet je vader me uitslapen.
Ze wil uitslapen.
Gelukkig kan ik op woensdag uitslapen.
Mijn vakantiekater uitslapen.
Ik wou je laten uitslapen.
Dankzij GHB was het niet langer zaterdag stappen en zondag uitslapen.
Je kunt uitslapen zolang als je wil.
Ik kan uitslapen en ben alleen in het huis.
RF Royalty-vrij gezin, uitslapen van bed, kijkende televisie, gelijk bovenstaand.
RF Royalty-vrij vrouw, uitslapen van gras, reading.
RF Royalty-vrij meisje, uitslapen van gras, gebruikende laptop,
Als hij wil uitslapen, moet dat kunnen.