Voorbeelden van het gebruik van Vier keer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Drie of vier keer per week.
Vier keer in zeven dagen.
Hij is vier keer getrouwd.
Omdat ik vier keer ben getrouwd.
We trainen vier keer per maand, het hele jaar door.
Hij ververst het water vier keer per dag.
Maar drie of vier keer.
Hij heeft een personal trainer, vier keer per week.
Laat je dossier dubbel controleren vier keer per jaar door een registeraccountant.
Dat is vier keer de resolutie van standaard high definition.
Ook hij nam in totaal vier keer deel aan de liedjeswedstrijd.
De trein vertrekt vier keer per uur.
Ik woonde vier keer in het buitenland en reis met intensiteit door het leven.
Vier keer is scheepsrecht, toch?
De afwijking komt vier keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes.
Vier keer is scheepsrecht.
Vier keer het toverwoord.
Onze nieuwsbrief wordt maximaal vier keer per jaar gepubliceerd.
Vier keer hapjes(warm en koud).
Zo'n vier keer.