Voorbeelden van het gebruik van Waggel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kijk, ik waggel.
O, Waggel.
Oprichter en directeur van Waggel?
Hij heet Waggel.
Ze lopen net als ik. Waggel, waggel! .
O, Waggel. Waggel.
Ik ga even plassen en waggel die kant uit.
Jij, monster. Waggel.
Wel, jij kleine piepgeluid waggel.
Ik dacht ik waggel naar beneden en ga de magie zien gebeuren.
Wammes Waggel is vrijgelaten.
Waggel erheen en vraag 't even?
Waggel veilig naar huis, jongens.
En waggel.
En van Waggel Hunnicutt.
Overdag de handelsmissie, s nacht aan de waggel.
Overdag de handelsmissie, s nachts aan de waggel.
Ik waggel wel af naar de keuken… om mezelf te sauteren.
Ik waggel erheen.
Ik waggel hier wel weg.