Voorbeelden van het gebruik van Wantrouwig in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Oude mensen zijn wantrouwig.
Je bent erg wantrouwig.
Plaatsje in de hoek betekent dat je wantrouwig bent. Bravo.
Precies. En daarom willen we juryleden die wantrouwig zijn.- Mm.
Begrijp je nu waarom ik wantrouwig ben tegenover relaties?
U bent ziekelijk wantrouwig.
Ze doet wantrouwig.
Zijn we echt zo bang en wantrouwig tegenwoordig?
Bravo. Plaatsje in de hoek betekent dat je wantrouwig bent.
isolatie maakt ons wantrouwig.
en een beetje wantrouwig.
Kleingeestig, wantrouwig.
Heel wantrouwig.
Ze zijn hier beleefd, maar wantrouwig.
Ik ben meestal een beetje wantrouwig van nieuwe antispyware producten.
Je bent wel erg wantrouwig.
Hij wist dat ik minder wantrouwig zou zijn.
Als je je afvraagt waarom ik niet wantrouwig was.
Dan zou de aartsbisschop wantrouwig Worden.
Mensen zijn steeds meer wantrouwig tegenover buitenlanders.