Voorbeelden van het gebruik van Woont met in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zij woont met haar moeder op 8A.
Ja. Je woont met iemand samen.
Ze woont met haar moeder in Duinkerke.
Jij woont met San en Dean, toch?
Hij woont met zijn dochter.
Waar je woont met Linda… en de kinderen.
Zij woont met Ruby.
Waar je woont met Linda.
Hij woont met z'n kleinzoon.
Waar je woont met Linda… en de kinderen.
Ze woont met haar vriend samen.
Waar je woont met Linda en de kinderen. Dit is jouw huis.
Hij woont met een vrouw.
Hij woont met een kleine kerel
Ze woont met hem samen.
Jij woont met twee volwassenen.
Zij woont met haar gezin in Vantaa Finland.
SVB- AOW- U woont met uw kind.
Hij woont met zijn alleenstaande moeder
SVB- Anw- U woont met uw kind.
