Voorbeelden van het gebruik van Zekers in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zekers. Eerlijk zijn.
Ik weet 't niet, maar jullie winnen zekers.
Stereo? Zekers. Eerste generatie iPod.
Ik krijg zekers luizen.
Zekers. Stereo? Eerste generatie iPod.
Yeah, zekers.
Oh, zekers.
Jeetje, mijn moeder zal zekers teleurgesteld zijn.
Want een dode Xavier is een goed ding, zekers.
Wat gaat er nu met haar gebeuren?- Zekers.
hè? Zekers.
Van welken ik niets zekers heb aan den heer te schrijven;
Van welken ik niets zekers heb aan den heer te schrijven;
Van welken ik niets zekers heb aan den heer te schrijven;
We wilden niet meer iets zekers spelen, maar nieuwe velden betreden.
Omdat het zekers niet om wapens
Zekers, we zouden zoveel plezier samen hebben.
Ja, zekers, maar ik heb hem de hele dag al niet gezien.
Zekers natuurlijk, Ik ben Gwen Thompson.
Zekers, ja, dat zijn we.