Voorbeelden van het gebruik van Zichzelven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
want zij doen zichzelven kwaad.
Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen.
Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
En Phoebicius geeselde hem!" riep Hermas buiten zichzelven.
Wee hunlieder ziel; want zij doen zichzelven kwaad.
Hij kan Zichzelven niet verlossen.
Die mij liefgehad heeft en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.
Want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft.
Toen zeide hij tot zichzelven.
Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
Laat de een de ander uitnemender achten dan zichzelven FILIPPENZEN 2:3.
Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen.
Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
Want datheeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft.
Maar een goed man van zichzelven.
Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
En hij overleide bij zichzelven, zeggende.
Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
En hebben geen wortel in zichzelven, maar zijn voor een tijd;