Voorbeelden van het gebruik van Zij reed in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zij reed langs de camera en ik heb het zelf afgemaakt.
Zij reed langs de camera en ik heb het zelf afgemaakt.
Zij reed. Thom zat thuis.
Zij reed ook soms.
Zij reed.
Zij reed weg, hij ging erachteraan en bleef weg.
Zij reed.
Zij reed.- Ja.
Zij reed hierheen in een gave auto.
Zij reed.
Zij reed.- Graag.
Nee, omdat zij reed.
Mijn dochter wilde dat zij reed.
Als ik niet kon bewijzen dat zij reed op de tijd van het ongeluk,
Zij reed op de KillaCycle-motor van Dube
Je bent opgepakt voor rijden onder invloed… maar het meisje dat bij je was, zwoor dat zij reed.
Zij reed aan het hoofd van de infanterie
Je bent op zoek naar de auto van haar vader. maar zij reed ermee gisteravond dus je zoekt ook naar haar.
Zij reed Muus en mij terug
en maakte zich op, en zij reed op een ezel, met haar vijf jonge maagden, die haar voetstappen nawandelden;