Voorbeelden van het gebruik van Rijden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik kan rijden, en ik kon leren met een lasso.
Pelican Island is twee uur rijden.
Zeker, Max, ik kan rijden, maar.
Vanuit Daverdisse rijden we naar het dorpje Sechery.
De hele nacht rijden hielp mijn spit niet.
Trail rijden is zijn leven.
Minder dan 10 minuten rijden van het centrum van de stad.
Twee treinen rijden door het bos.
Ja, ze rijden voor Chocolate.
Het is meer dan een uur rijden.
Ja? We kunnen in relais rijden.
Rijden door meerdere rode stoplichten.
Deze ochtend rijden we naar het treinstation van Diepenbeek.
Het rijden is niet altijd een wedstrijd.
We gaan niet rijden, Ellen May.
Minuten rijden van het strand.
Ik zorg dat de treinen op tijd rijden.
Nee, je kunt niet alleen rijden.
Het is zowat 45 minuten rijden.
Ja? We kunnen in relais rijden.