Voorbeelden van het gebruik van Zijn broer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij steunde zijn broer, natuurlijk.
Daarop besloot Belinus zijn broer te ondersteunen, die Rome belegerde.
Hij zei dat zijn broer het hem zou geven.
Dat zijn broer het aan hem zou geven.
En zijn broer, Soledad?
Nee, maar zo is zijn broer wel, toch?
Zijn broer?
Zijn broer, majesteit, Riccardo Broschi.
Hij heeft zijn broer al 20 jaar niet gesproken.
Nee, zijn broer Wendall.
Zijn broer Liam aan de andere kant.
Ik begrijp dat zijn broer nog steeds in de operatiekamer is. .
En zijn broer.
Maar zijn broer niet.
De ouders zijn broer en zus.
Hij liet zijn broer vroeger in de steek.
Zijn broer ook.
Hij zei dat zijn broer hier gedood is in 2005.
Maar zijn broer heeft dezelfde kleren die Exley volgens Pete droeg.
Ik ben zijn broer!