Voorbeelden van het gebruik van Zijn ticket in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie z'n ticket betaalde, bijvoorbeeld?
Volgens z'n ticket komt ie uit Parijs.
ik heb z'n ticket.
Er is geen geld voor z'n ticket.
ik neem geld mee voor z'n ticket.
Ja. Wie? Geef hem z'n ticket nou.
Bij het hotel zijn tickets voor bezienswaardigheden verkrijgbaar tegen een gereduceerd tarief.
Ja, er zijn tickets voor kinderen beschikbaar tussen de 6 en 12 jaar.
Gaan spelen Gacha met zijn tickets dan krijg willekeurige items.
Hier zijn tickets voor de vroege shows beschikbaar.
Ja, er zijn tickets voor kinderen met een leeftijd van 2-14 jaar.
Eenmaal gekocht zijn tickets niet overdraagbaar.
Er zijn tickets beschikbaar.
Er zijn tickets te koop binnen een paar dagen.
Voor gezinnen de 70 reis is ticket ideaal voor een week!
Er zijn tickets die samen Loro Parque
ik betaal z'n ticket wel.
In verband met de grote vraag, zijn tickets lastig te verkrijgen.
ruilt z'n ticket op het vliegveld en gaat weer naar kantoor.
hij kocht z'n ticket met 'n creditcard voor hem en 'n meisje.