Voorbeelden van het gebruik van Zuip in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zuip graag.
Zuip het uit. Niet met kleine teugjes.
Zuip het.
Ik neem aan dat je aan de zuip bent geweest.
Ik zuip.
En het wordt niet die ongeordende, zuip lol, die ze hebben.
Jemig. Laten we aan de zuip gaan.
Zij hem veranderd in mislukkeling, in zuip.
Hij is op de zuip, zoals altijd.
Zo kun je niet aan de zuip gaan.
De hele stad is aan de zuip.
Zij hem veranderd in mislukkeling, in zuip.
Ben je aan de zuip geweest?
Overdag handelsdelegatie, s nacht aan de zuip.
Een zuip kerel, een ik-ken-mijn-kinderen- verjaardag-niet kerel,
Jij moet m'n rijk besturen terwijl ik vreet, zuip en neuk tot ik het loodje leg.
ze te veel hebben, dus we moeten aan de zuip.
Misschien is hij aan de zuip of heeft hij een meid ontmoet waar hij mee weg is.
De manager vertelde dat onze voormalige sheriff aan de zuip was gegaan, zijn kamer gesloopt had.
En je beseft wat voor stumper je bent? Zuip je al, of komt dat pas als je vrouw verlaat.