Voorbeelden van het gebruik van Discipels in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u,
Ontvingen Jezus' discipels de Heilige Geest door van hun zonden verlost te worden door de vergeving van de zonden,
Het resultaat hiervan was dat Zijn discipels in staat waren om het evangelie van de verzoening der zonden te prediken,
we moeten doen wat Hem behaagt. We moeten leven zoals de discipels dat deden We kunnen slechts een leven leiden dat vervuld is met de Heilige Geest
net als de andere discipels het niet kon helpen om toch dagelijks in het vlees te zondigen.
Discipel betekent iemand die de discipline aanvaardt.
De discipelen zeiden:" Wij zijn Gods helpers.
Jezus' discipel Petrus ontkent dat ie 'm kent.
En de discipelen?
Op deze manier symboliseert de pudding Jezus Christus en zijn twaalf discipelen.
Jij bent vast een discipel van deze man.
Kijk maar eens naar de drastische verandering van de discipelen.
Als discipel van Jezus zijn wij geroepen tot een overwinningsleven, een leven waarin wij leven
Als discipel van Jezus zijn wij geroepen tot een overwinningsleven, een leven waarin wij leven
Het lijkt erop dat diksa niet wordt beïnvloed door de fysieke afstand tussen goeroe en discipel.
Lukas, een discipel van Jezus, legt de stamboom van Johannes vanaf het begin uit.
Drie jaar van de discipelen het volgen van Jezus maakte het verschil in hun leven.
Voor de discipelen was er tot Pinksteren nog wel altijd een behoorlijk mysterie.
En Zijn twaalf discipelen samengeroepen hebbende,
Het zij de discipel genoeg, dat hij wordt gelijk zijn meester,