Voorbeelden van het gebruik van Engelschen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zoo zijn de Engelschen!" riep Paganel.
De Engelschen groetten en verwijderden zich.
Ja,” antwoordden eenparig Engelschen en Franschen.
Of althans welke reden de Engelschen daarvoor opgeven?
Wel, Europa behoort aan de Engelschen," antwoordde het kind op stelligen toon.
--Kijk dat zijn die Engelschen weer!
De Engelschen hebben de grenzen dier groote provinciën met het meetsnoer afgepast.
Ja maar Drake beweert, dat de Engelschen grooter zijn
Maar ik teeken verzet aan! Bovendien, de Engelschen noemen ons" kikvorscheneters!
alles is van de Engelschen!
De Engelschen geven ook wat om een oorlog, mevrouw!" antwoordde Paganel.
Ja, mevrouw! en de Engelschen zelven hebben dikwijls den moed der Nieuw-Zeelenders bewonderd.
Met hun gewone geestkracht maakten de Engelschen zich echter spoedig van den toestand meester.
De Engelschen, nu overtuigd, staken al grommende hun degens in de scheede.
de Spanjaarden en de Engelschen?”?
Goed!" hernam Paganel,"ik zet een kruisje en ga tot de Engelschen over.
Al waren zij Engelschen geweest, dan zouden zij nog hun landgenooten niet verdedigd hebben.
Maar zijn de Engelschen geen meesters van de voornaamste punten vau Nieuw-Zeeland?" vroeg John Mangles?
Den 5den Februarij daaraanvolgenden werden de voornaamste zeelandsche opperhoofden bij den engelschen resident in het dorp Païa geroepen.
Hij is een bekwaam"weerkenner," zoo noemen de Engelschen dengenen, die acht geeft op het weder.