Voorbeelden van het gebruik van Ganz in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ganz heeft een voormalige celmaat.
Dat is ons mannetje, Ganz.
De broer van Albert Ganz.
Nee, Ganz is mijn klant.
Hij behoort aan Ganz toe.
De ander is Albert Ganz.
Ganz is erg slim en gewelddadig.
Ganz heeft z'n surveillance-team afgeschud.
Wheeler drukte me tegen Ganz.
Wat is Ganz van plan?
Ganz is daarbuiten ergens weet-ik-veel-wat aan het plannen.
Kijk, jullie zijn Thomas Anders en Sebastian Ganz.
Dus daar gaat Ganz z'n papier vandaan halen.
Mr. Ganz is goed bekend binnen mijn netwerk.
Ik weet het al, Ganz is verdwenen.
Als Ganz die plaat in haar huis had gevonden.
Als het nu Ganz is, met zijn goedkeuring?
Hoe dicht was je erbij… met Ganz?
Ik wil weten hoe het zit tussen jou en Ganz.
Die meid van Ganz woont in het King Mei Hotel.