Voorbeelden van het gebruik van Garage in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij ging zojuist een garage binnen ten zuiden van het hoofdgebouw.
We rijden een garage in aan de overkant.
Naar de garage, snel!
Ze heeft recent haar garage verhuisd vanuit North Bergen.
Je zei dat je auto in de garage was.
Ik zei tegen de man dat mijn auto in de garage was.
Bullock, jij en Alfred gaan met Kathryn naar de garage.
Hij staat nu bij de garage.
Ik wil niet steeds naar de garage.
Naar de garage.
Tot straks, ik moet naar de garage.
Er is vorige week drie keer naar hem gebeld vanuit de garage.
Ik wilde een garage openen.
We moeten ermee naar de garage.
Rodrigo zoekt hulp in de garage.
Rodrigo heeft me een baan aangeboden in zijn garage.
Blijkt dat het was gestolen uit een garage in Queens.
De man van het slachtoffer had toch een garage?
Het wapen is dus te vinden in een garage?
Is de Bentley in de garage?