Voorbeelden van het gebruik van Leith in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik bezocht Leith.
Help mij alsjeblieft, Leith.
We zijn plattelandsmeiden uit Leith.
Ik zie Leith ook niet.
Leith, je gelooft nooit wat.
Ik wil niets over Leith horen.
Leith, wat doe jij hier?
Leith… we hebben het daarover gehad.
Ik ben geen goede partner voor Leith.
Hst is die genetische bom van Leith.
Denk je nog vaak aan Leith?
Zijn we dood en naar Leith gegaan?
Je lijkt mij niet te verstaan, Leith.
Leith is doodsbang voor je radicale Westerlyns.
Zevende Genners krijgen een mooi boerderijtje op Leith.
Leith heeft tijdens het beleg vele levens gered.
Leith, ik heb je hierom nooit gevraagd.
Ik liet hem bij mijn zus op Leith.
Ik ga springen met het schip op Leith.
We gingen pissen in het oude station van Leith.