Voorbeelden van het gebruik van Minister in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De Minister van Begroting.
Hij werd twee keer minister voor Militaire Aangelegenheden van het Koninkrijk Griekenland.
Hij bleef minister tot in december 1981.
Geef de minister van defensie alle informatie die de premier vraagt.
Minister van Buitenlandse Zaken.
Op de voordracht van de Minister tot wier bevoegdheden het Kinderwelzijn behoort, Besluit.
Viceminister-president, minister zonder portefeuille.
In de Republiek Slovenië: minister za finance
De Minister van Wetenschapsbeleid.
Zelfs een minister uit het Indonesische kabinet vond het een verkeerd besluit.
De Minister is mijn verantwoordelijkheid.
De Minister van Maatschappelijke Integratie.
Staatssecretaris bij minister van Milieubescherming mei-juli 1981.
De Minister van Begroting, Huisvesting,
LAWSON, Minister van Financiën.
De situatie rond de minister van Justitie is al even ernstig.
BARBER, Minister van Financiën, tof maart 1974.
Kantoor minister van Defensie Reed.
Minister, even heel kort.
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 25 juni 2002;