Voorbeelden van het gebruik van Peña in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
veertig jaar bestaat, zoals de Zweedse Peña die in 1975 is opgericht, gevolgd door de Noorse Peña of de Peña Taurina uit New York.
Ik had bewondering voor Peña's trouw aan informanten maar Barry Seal was geen informant.
De voorzitter heet de heer PEÑA, voorzitter van de Spaanse SER,
wijst de heer PEÑA erop dat werkgelegenheid vroeger onlosmakelijk verbonden was met economische groei
onderhoudt volgens de heer PEÑA, vanuit zowel subjectief als objectief oogpunt,
Peña is een lul.
Peña had gelijk.
Peña, ga naar Cartagena.
Ik praat alleen met Peña.
Ik sprak met Peña.
Peña is een eikel.
Javier Peña, mijn partner.
Het wordt heftig, Peña.
Geef maar aan Javier Peña.
Jij blijft bij Peña, goed?
Ik doe me voor als Mr Peña.
Dit is jouw schuld niet, Peña.
Lieg niet weer tegen me, Peña.
Laat me je wat zeggen, agent Peña.
Ja, geef maar aan Javier Peña.