HABIJT - vertaling in Spaans

hábito
gewoonte
habijt
groeiwijze
gewenning
habit

Voorbeelden van het gebruik van Habijt in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Deze vereniging van haar ziel met de ziel van Maria haar Moeder wordt weerspiegeld op de icoon niet alleen door het Habijt van de Carmel dat ze draagt
Esta unión de su alma con la de María su Madre se refleja en el icono, no solamente por su hábito de carmelita y el relieve de su capa blanca,
ik verdiende zelfs niet de naam en het habijt van het religieuze leven te dragen.
siquiera merecía llevar el nombre y el hábito de la vida religiosa.
de dood voelde naderen en als grootste troost om het religieus habijt smeekte.
sintiéndose cerca de la muerte, imploró el hábito religioso como supremo consuelo.
zichzelf de «Soeurs grises»(«gris» betekentook'grijs') en hun habijt is inderdaad grijs van kleur.
el nombre que eligen las hermanas es el de«Hermanas Grises», y su hábito es en efecto de color gris.
zullen zij worden toegelaten tot het noviciaat, drie maanden voor de inkleding met het habijt van de orde.
y estarán tres meses antes de recebir el hábito del orden.
zijn aan de Kerk, die tijdens het Tweede Vaticaans Concilie het habijt van religieuzen opnieuw naar voren bracht als"een teken van hun toewijding"(Perfectae Caritatis).
fidelidad a la Iglesia, la cual después del Concilio Vatican II volvió a presentar al hábito de los religiosos come"signo de su consagración"Perfectae caritatis.
De priesters droegen habijten.
Sacerdotes vestidos con hábitos.
Deze monnikenpij is gemaakt naar de habijten die de Franciscanerorder tussen de 12de en 13de eeuw droegen.
Este hábito monje se hace después de los hábitos que llevan los franciscanos entre los siglos 12 y 13.
Mijn habijt, prinses?
¿Mi hábito, princesa?
Zijn habijt beschermt hem.
Su hábito lo protege.
Het is de habijt.
Es el hábito.
Waar is je habijt?
¿Dónde está su hábito?
Je werd gemeten voor een habijt.
Te miden para el hábito.
Ontnam haar haar habijt, haar naam.
Le quitaron el hábito, su nombre.
Ik draag het habijt van een postulante.
Me he puesto el hábito de postulante.
Habijt en schort van een non.
Un hábito de monja y su toca.
Ik dacht dat mijn habijt me zou beschermen.
Pensé que mi hábito me protegería.
Ze hebben niet altijd hun habijt aan.
No siempre están con sus hábitos.
Een habijt is niet zo weelderig.
La ropa de monja no es tan espléndida.
Wij dragen het habijt, jij draagt je uniform.
Nosotras llevamos hábito, usted lleva uniforme.
Uitslagen: 122, Tijd: 0.0597

Habijt in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans