Examples of using Bontjas in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ester, breng m'n bontjas.
Vader gaat haar bontjas verkopen.
Ze had een bontjas aan.
Het is maar 'n bontjas.
Het is maar een bontjas.
Een deken. Een bontjas, Toto.
Mijn moeders bontjas.
Net of Liberace zijn bontjas weggeeft. Maakt niet uit.
Zeker van die stripclub Bontjas.
Net of Liberace zijn bontjas weggeeft.
Ze hadden allebei een bontjas aan.
Laat geen bontjas in de zon liggen.
Vrouw in de bontjas van de Luxelynx.
De bontjas hou ik.
Die bontjas zag er echt niet nep uit.
Onder die bontjas zit honderd procent mokkel.
Ik kan nooit meer naar Margareth's bontjas kijken op dezelfde manier als voorheen.
Ik maak een bontjas en ik wil dat jij die volgende maand draagt.
Een bontjas van beverhuid.
Neem uw bontjas mee en een kruik.