Examples of using Cissy in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Cissy, lief, kan je inbeelden wat voor passionele liefde we kunnen hebben?
Cissy, lief, kan je inbeelden wat voor passionele liefde we kunnen hebben?
Voor de drie mensen die 't niet weten: je moeder is Cissy Houston.
CISSY CAFFREY(gealarmeerd, grijpt soldaat Carr bij zijn jaspand)
Jij en Cissy.
Van Cissy Van Marxveldt.
Cissy komt altijd eerst!
Ik ben het, Cissy.
Cissy Ponson is mijn medewerkster.
Cissy wil er weg.
Cissy is rechtdoorzee, streng.
Ik heb ogen op Cissy.
Cissy, doe het niet!
Cissy gaat er vandoor!
Wedden dat Cissy het weet.
Ik Cissy, jij man.
Hebben jullie Cissy gezien?
Cissy, doe het niet.
Raap jezelf bij elkaar, Cissy.
Kom binnen, Cissy. Echt.