Examples of using De trots in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het is de trots van de Slaughters.
Oh, de trots van mijn grootmoeder.
Iedere supporter wil de trots van de landstitel op die manier optimaal uitdragen.
De trots van de stad en al haar inwoners!
Accessoires kunnen de trots van een vrouwelijke kledingkast zijn.
En de blufferige trots der mensen.
Je moet de trots van je volk zijn.
De trots van het team staat op het spel.
Wim S.: De trots van Oostenrijk als het gaat om harde rock.
Wat de trots van de Lyons betreft, zijn wij gezegend.
De trots van de kantine.
Hij is de trots van de familie.
De walgelijke trots van die man.
Hij begreep de trots van mannen.
Maar ik verwees naar de trots van Chittor… Koningin Padmavati.
En zie de trots op het gezicht van de mensen.
Hij was de trots van het gezin.
De trots van de Sierra's.
De trots van de natie.