Examples of using Dit speelgoed in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jullie kunnen dit speelgoed niet kopen.
Wat als dit speelgoed echt zou kunnen praten?
Dit speelgoed is poreus
Spelen met dit speelgoed en accessoires….
Ook, belangrijker nog, dit speelgoed laten ruimte voor creativiteit.
Genres van dit speelgoed zijn totaal verschillend.
Dit speelgoed is niet goed.
Is dit speelgoed of een rugtas?
Voorzichtig. Dit speelgoed kan jaloers zijn.
Voorzichtig. Dit speelgoed kan jaloers zijn.
Dit speelgoed toonde leiderschap.
Voorzichtig. Dit speelgoed kan jaloers zijn.
Vind je dit speelgoed leuk, Sophie?
Dit speelgoed wordt pas maandag officieel verkocht.
Ik bedoel, kijk dit speelgoed.
Hier, kijk dit speelgoed.
Todd, echt tof hoe voorzichtig je bent met dit speelgoed.
Je geeft al je geld uit aan dit speelgoed.
Dit speelgoed dat wij, op het fysieke vlak,
Ik speel met al dit speelgoed. En dan zeg ik wat ik ervan vind.