Examples of using Echt leren in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wil je het me echt leren?
In duaal leren ga je echt leren op de werkvloer.
Ja! Zullen ze me echt leren schieten?
Na de basis kan je het vak echt leren.
Ik wil echt leren vechten.
Ik moet echt leren.
Je moet haar echt leren kennen, van top tot teen.
Een echt leren bijpassende riem om jouw look compleet te maken.
Echt leren?
Je moet echt leren lezen, man.
Wil je echt leren, haal een diploma.
Wil je echt leren, haal een diploma.
Ze moet nu echt leren hoe ze moet grijpen-eten-doden.
Wil je echt leren, haal een diploma.
Hij wil de sport echt leren.
Ik kan maar op één manier echt leren en dat weet je.
Ik ga jou echt leren zwemmen.
Het design is eindeloos te combineren en een echt leren essential.
Alleen in te doen zal je echt leren.
Yue Zhao zijn en echt leren genezen.