Examples of using Eerbaar in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik verzeker u dat mijn intenties eerbaar zijn.
Sterven in de strijd is te eerbaar voor jou.
Ze is sterk en zorgzaam en eerbaar.
Dat klinkt niet echt eerbaar.
Ben je geen eerbaar man?
Ik hoop dat uw bedoelingen niet eerbaar zijn.
Luister. Ik heb geen eerbaar leven geleid.
De één eerlijk, de ander geëerd, één eerbaar.
Het is goed, eerbaar werk.
oprecht en eerbaar.
Meer een walgelijk varken dan eerbaar man.
fatsoenlijk en eerbaar.
Een huwelijk is eerbaar.
Er komt geen eerbaar gevecht.
Je was eerbaar.
M'n bedoelingen ten opzichte vanuw dochter zijn eerbaar.
Toch heb ik altijd geloofd dat Kal'el eerbaar is.
Meer een walgelijk varken dan eerbaar man.
Het is een eerbaar iets.
Als een trouw en eerbaar man.
