Examples of using Exportproduct in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zout is het belangrijkste exportproduct van Bonaire.
Het stokvismuseum in Lofoten in Å is gewijd aan het oudste exportproduct van Noorwegen.
Hij ging Zuid-Koreaanse muziek ontwikkelen als exportproduct.
Met uw gids Jan vergroot u uw kennis van dit Nederlandse exportproduct.
Het lijkt er sterk op dat de homomarketing ons grootste exportproduct aan het worden is.
Koffie is, na aardolie, het grootste exportproduct ter wereld.
Met als exportproduct limabonen.
Het is geen exportproduct.
Windmolens zijn het tweede exportproduct van Denemarken.
Vis is het belangrijkste exportproduct van IJsland.
Hij onderzocht er Afrika's meest lucratieve exportproduct: gefilmde armoede.
Ook werd de merengue gebruikt als exportproduct.
18de eeuw was wijn het belangrijkste exportproduct.
Goedkope textiel gemaakt van katoen vervangde wolgoed als Engeland's toonaangevende exportproduct.
Edammer kaas is al sinds de Gouden Eeuw een bekend exportproduct van Nederland.
Toch wijn is een van de belangrijkste exportproduct van Portugal.
de Filippijnen is arbeid hun belangrijkste exportproduct.
De meeste crépons werden in Japan vervaardigd als exportproduct.
We verkopen het, als exportproduct.
We verkopen het, als exportproduct.